Onderzoek

 

Huidig onderzoek:

Al sinds de dagen van J.C. Kapteyn aan het einde van de negentiende eeuw behoren Nederlandse astronomen bij de wereldtop. Kapteyn, De Sitter, Pannekoek, Minnaert en Oort behoren tot de bekendste namen van de moderne sterrenkunde, net als bijvoorbeeld de radiotelescoop van Westerbork en de onlangs in gebruik genomen telescoop LOFAR. Nederlandse astronomen speelden ook een belangrijke rol in internationale astronomische projecten zoals de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili.

Eigenlijk is dat vreemd. De beste astronomische observaties doe je vanaf een hoge bergtop onder een rustige, droge atmosfeer. Niet bepaald een situatie die je in Nederland kunt vinden. Hoe komt het dan dat de Nederlandse sterrenkunde zo succesvol is geworden? Die vraag staat centraal in het onderzoeksproject 'Dutch Astronomy from Kapteyn to LOFAR'.

Natuurlijk zijn getalenteerde wetenschappers van belang, maar een deel van het antwoord moet waarschijnlijk worden gezocht in de manier waarop de astronomische gemeenschap is georganiseerd, in de institutionele infrastructuur, en in de pedagische cultuur (de opleiding van nieuwe generaties onderzoekers). Sterrenkunde wordt bijvoorbeeld vaak omschreven als 'de oudste wetenschap', maar gespecialiseerde universitaire opleidingen kwamen er pas in de twintigste eeuw. Nederlandse universiteiten liepen daarin voorop, wat hun studenten tot een gewild exportproduct maakte.

Sterrenkunde is altijd in brede kring populair geweest. Het politieke en maatschappelijke draagvlak was sterk. Maar als je de relaties tussen sterrenkunde, politiek en cultuur beter bekijkt blijkt dat die veel ingewikkelder zijn dan je op het eerste gezicht zou denken. Waarom was de Nederlandse regering bijvoorbeeld bereid om tijdens de moeilijke jaren van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog veel geld uit te trekken voor een 'nutteloze' wetenschap als astronomie?

In de hele twintigste eeuw is de ontwikkeling van de astronomie beinvloed door wetenschaps-, onderwijs- en industriebeleid, nationaal prestige, internationale politiek en defensieoverwegingen (denk ook aan de opkomst van ruimtevaart tijdens de Koude Oorlog). In dit onderzoek wil ik proberen deze invloeden te analyseren en hun belang voor de ontwikkeling van de sterrenkunde te bepalen.

Het onderzoek wordt gezamenlijk gefinancierd door NWO Geesteswetenschappen en NWO Exacte Wetenschappen.

Eerder onderzoek:

Ik heb me altijd beziggehouden met de geschiedenis van de moderne wetenschap in haar maatschappelijke, culturele en politieke context.

Mijn proefschrift Synthetisch Denken (Univeristeit Utrecht, 2008) ging over intellectuele debatten over de rol van wetenschap en technologie in de moderne maatschappij. De spectaculaire ontwikkeling van wetenschap en techniek leidde aan het begin van de twintigste eeuw tot veel onbehagen. Ging het niet allemaal te snel? Kwamen andere cultuurwaarden niet in de knel naast de kille, afstandelijke wetenschap? Of bood de wetenschap juist de oplossing voor maatschappelijke problemen? Deze vragen zijn nog steeds actueel, maar honderd jaar geleden stonden ze centraal in het intellectuele debat.

Ook Nederlandse natuurwetenschappers worstelden met deze vragen. Ze zochten naar een nieuw evenwicht, zowel in hun onderzoek als in het onderwijs. Die zoektocht leidde tot een nieuwe visie op de maatschappelijke rol van deskundigen en intellectuelen. Ik heb de discussies hierover gevolgd van de eeuwwisseling tot in het Interbellum, aan de hand van bekende en minder bekende wetenschappers en ingenieurs. Rode draad was de voortdurende zoektocht naar een alomvattende 'synthese'.

Mijn andere onderwerp is de geschiedenis van de moderne sterrenkunde. Als postdoc in Leiden onderzocht ik de sterrenkunde van de negentiende en de vroege twintigste eeuw, in het bijzonder de veranderingen in de astronomische gemeenschap en de opleiding van nieuwe generaties astronomen. Daarnaast heb ik een catalogus opgesteld van het Leidse Sterrewachtarchief. Als Guggenheim Fellow bij het Smithsonian Air and Space Museum onderzocht ik Amerikaans-Nederlandse samenwerking in ruimtevaart tijdens de Koude Oorlog.

Ik heb geschiedenis gestudeerd in Groningen. Na mijn studie heb ik een boekje geschreven over de geschiedenis van de Groningse faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Daarnaast heb heb ik enkele maanden doorgebracht aan de Universiteit van Aarhus (Denemarken) en aan Imperial College, London.

Voorpagina

Main page

Research

Publicaties

Voordrachten

Synthetisch Denken

Ontdekkers